Ervaringscertificaat: Paspoort voor passend werk
Zet leer- en werkervaring zwart op wit
Toezicht voorkomt fraude
Toezicht ontdekt fraude

Waardevastheid diploma’s

De Tweede Kamer der Staten Generaal heeft de Onderwijsraad als adviesorgaan van de Regering gevraagd te adviseren inzake de volgende vraagstellingen:

  • Kan de samenleving rekenen op de betrouwbaarheid van het diploma?
  • Is het diploma voldoende herkenbaar?
  • Houdt het diploma door de jaren heen zijn waarde?

 Om deze adviesvraag te beantwoorden voert de Onderwijsraad een onderzoek uit waarbij de volgende vragen zijn geformuleerd: 

  1. Sluit de huidige reguliere diplomering aan bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van certificeren en diplomeren?
  2. Welke stappen zijn nodig volgens de raad om de inhoudelijke, communicatieve en meettechnische (betrouwbaarheids)waarde van diploma’s te versterken in het reguliere onderwijs en in het irreguliere onderwijs, resp. in het publieke en private onderwijs?

 De Onderwijsraad heeft ondermeer de Examenkamer gevraagd als stakeholder om met hen ten aanzien van dit onderwerp en hun onderzoeksvragen informatie uit te wisselen. Hieraan is uitvoering gegeven.

Voor de resultaten verwijzen wij u naar het rapport dat u kunt vinden op de site van de Onderwijsraad: Een diploma van waarde

  1. Bevorder de nationale en internationale vergelijkbaarheid van diploma’s en versterk de referentiefunctie van het reguliere onderwijs;
  2. Vergroot betrokkenheid van belanghebbenden bij opleidingen, bij examenprocedures en bij diplomeringen;
  3. Zet voor het mbo en delen van het hbo een systeem op van normering/equivalering en houd vast aan bevordering van inhoudelijke kwaliteit en objectieve examinering in het mbo en hbo;
  4. Begrens de inzet van ervaringscertificaten en scherp de wettelijke rol van de examencommissies in mbo, hbo en wo ten aanzien van ervaringscertificaten aan;
  5. Bevorder een samenhangende aanpak van ontwikkelingen op het gebied van examinering en diplomering in vo, mbo, hbo en wo.

Het rapport richt zich uiteraard op het reguliere onderwijsdomein en de traditionele vormen van diplomering en certificering, maar er is ook ruim aandacht voor de branchekwalificaties die in de private sector van toepassing zijn en de ontwikkelingen die zich daar voor doen. Daarbij wordt in het rapport verwezen naar de functie die de Stichting Examenkamer in dat verband vervult bij de kwaliteitsbewaking van de examens en de examinering. Daarnaast is er in het rapport ook aandacht voor de nieuwe vormen van het valideren van competenties in de vorm van EVC. Gezien het feit dat de Examenkamer ook een van de beoordelende instellingen voor EVC aanbieders is, is de analyse van de Onderwijsraad en de aanbeveling die ten aanzien van dit onderwerp gedaan wordt interessant.

De door de Onderwijsraad bepleite benodigde internationale harmonisatie zal uitgewerkt worden via het European Qualification Framework, ook wel bekend als het Europees Kwalificatie Kader. Het is interessant om in dit adviesrapport de mogelijke vertaalslag ook voor de private branchekwalificaties met de marketing en sales diploma’s van het NIMA opgenomen te zien. (Voor de verdere ontwikkelingen over dit onderwerp verwijzen wij graag naar het onderwerp EQF-NLQF elders op deze site).

 

Onafhankelijke examinering

Het standpunt inzake een onafhankelijke examinering dat de Examenkamer al 13 jaar (sinds de oprichting) huldigt wordt nu ook door anderen en in een internationale context verdergaand geformaliseerd. Dit concept van onafhankelijke examinering zal derhalve voor meerdere beroepsgroepen in Nederland van toepassing verklaard worden.

De nieuwe ISO 17024, de internationale norm voor persoonscertificering, wordt eind 2010 begin 2011 verwacht. De definitieve vaststelling wordt dan een feit. Het bericht is dat er ten opzichte van de voorgaande norm een aanscherping zal plaatsvinden. M.i.v. de nieuwe ISO 17024 is de combinatie van de beroepen "trainer" en "examinator" niet meer mogelijk. De CI's wereldwijd vertegenwoordigd in het ISO 17024 committee en de IAF hebben voldoende redenen gehad/gevonden om voornoemd besluit in de nieuwe ISO 17024 op te nemen. De meest belangrijke overwegingen daarvoor waren:

  • Een trainer anticipeert op vragende blikken en beschouwt het als zijn roeping om kennis over te dragen.
  • Een examinator aanschouwt en waardeert de verrichtingen van een kandidaat aan de hand van een norm en protocol. Het is zijn uitdaging om op ositieve wijze te achterhalen of de getoonde kennis en vaardigheden aansluiten en voldoen aan de toetsnorm. 

Vanuit de Examenkamer zouden wij hier nog aan toe willen voegen dat het de plicht is jegens de markt en het beroepenveld om op een objectief integere wijze tot een adequaat oordeel te komen. Daarbij staat centraal of iemand persoonlijk en individueel de voor een beroep vereiste kennis, vaardigheden en competenties beheerst. De toetsing en beoordeling dienen dan plaats te vinden aan de hand van het toetsingskader met eind- en toetstermen, de toetsmatrijs en de cesuur. Basis daarvoor is het beroeps- of functieprofiel. 

De eis van onafhankelijke examinering en toetsing is in het huidige formele onderwijsbestel vaak nog een moeilijk te bespreken onderwerp. Veel brancheorganisaties vereisen het al geruime tijd. Al meerdere decennia zijn veel gerenommeerde exameninstellingen ontstaan die invulling geven aan die onafhankelijke toetsing. Met het toezicht van de Examenkamer wordt een onafhankelijke kwaliteitsexaminering door dergelijke instellingen geborgd en verzekerd. Het is een wens om met het onderwijs naar de mogelijkheden van een onafhankelijke examinering te gaan kijken. Wellicht brengen deze (internationale) ontwikkelingen een discussie hierover dichterbij.

 

IBKI