Ervaringscertificaat: Paspoort voor passend werk
Zet leer- en werkervaring zwart op wit
Toezicht voorkomt fraude
Toezicht ontdekt fraude

Quotes

Stichting Examenkamer - Kwaliteit door onafhankelijkheid: Om de intrinsieke waarde van een diploma te borgen is een onafhankelijke examinering waarvan de kwaliteit objectief bewaakt wordt onontbeerlijk.

Fraude

Frequently Asked Questions - All FAQs

Please select your question category

Search FAQs

Een diploma is een waardedocument. Het is van belang dat op uw diploma dezelfde gegevens staan als op uw identiteitsbewijs. Daarom is het van belang dat u de gegevens op uw diploma ook zo snel mogelijk controleert en eventuele onjuistheden of onvolledige gegevens laat corrigeren door het exameninstituut dat het diploma heeft verstrekt.

Een diploma wordt slechts 1 maal verstrekt en is uw persoonlijk bezit. Na het behalen van uw examen is het van belang om uw diploma in ontvangst te nemen. Ingeval u via uw werkgever aan een examen heeft deelgenomen dient u bij uw werkgever uw diploma op te vragen. De Examenkamer is een toezichthoudende instelling die niet examineert en ook geen diploma’s verstrekt.

Sinds 1 januari 2004 worden VCA diploma’s die een geldigheidsduur hebben van 10 in het CDR geregistreerd. Ook diploma’s en certificaten van 1 januari 1999 tot en met 1 januari 2004 kunnen in het CDR geregistreerd worden. Hiervoor dient u contact op te nemen met de VCA Examenbank.

Als u het examen heeft gedaan, heeft u daarmee aangetoond dat u persoonlijk over de vereiste kennis, kunde en vaardigheden beschikt. U heeft dan ook recht op het originele diploma.

Voor de werkgever is het in het kader van verschillende certificatiesystemen voldoende dat zij het origineel hebben gezien en de kopie in het personeelsdossier hebben. Het niet overdragen van het originele diploma is in feite een strafbare daad.

Mocht uw werkgever van mening zijn dat hij recht zou hebben op het originele certificaat/diploma, om reden dat hij het traject van opleiden en examineren gefinancierd heeft, dan heeft hij hier ongelijk. Het financieren van een opleiding en de examinering geeft op zichzelf geen recht op het behouden van het diploma. Dit is immers persoonsgebonden.

Mocht uw werkgever vinden dat u moet betalen om uw certificaat/diploma te verkrijgen, dan kan dit alleen als er afspraken gemaakt zijn voordat u het traject van opleiden en examineren begonnen bent.

Er kan dan bijvoorbeeld een gezamenlijke afspraak gemaakt zijn over een te restitueren bedrag indien u vertrekt bij uw huidige werkgever. Dit zou namelijk weer, in samenspraak met een nieuwe werkgever, vereffend kunnen worden.

Indien er, voordat u het traject van opleiden en examineren begonnen bent, geen afspraken gemaakt zijn over een te restitueren bedrag, kan uw werkgever achteraf geen gebruik maken van het argument dat hij de opleiding/examens betaald heeft en zal u dus het originele certificaat/ diploma moeten overleggen.

De Stichting Examenkamer heeft een norm voor exameninstellingen ontwikkeld. Deze norm met toelichting is beschikbaar en geeft inzicht in de vereisten. Belangstellenden kunnen contact opnemen met het bureau van de Examenkamer.

Het EKK is inderdaad hetzelfde het EQF. Het is een generiek model onderverdeeld in 8 niveaus, dat in Europees verband is ontwikkeld en gebaseerd is op output resultaten. Er wordt in het EQF systeem dus geen rekening gehouden met geïnvesteerde lesuren of studiepunten van leerlingen, maar met output resultaten die gekoppeld zijn aan Europees te definiëren profielen/functies in de beroepspraktijk, gebaseerd op een combinatie van kennis, vaardigheden en competenties aspecten. Het EQF/EKK dat door de Europese Commissie in 2007 is vastgesteld en door alle Europese Ministers van onderwijs is ondertekend, moet per sector voor de verschillende functies ingevuld worden en daarbij zijn onderlinge afspraken en erkenningen in internationaal verband van belang. Het is de bedoeling dat vanaf 2010 zoveel mogelijk op diploma’s en certificaten het EQF niveau wordt aangegeven. EQF moet de internationale arbeidsmobiliteit verbeteren en de uitwisselbaarheid van diploma’s en certificaten bevorderen.

Examineren is het aan de hand van een toets of examen vaststellen van de kennis, kunde/vaardigheden en competenties van mensen op een bepaald moment. Bij de examinering worden vooraf vastgestelde normen gehanteerd. Als de toets met goed gevolg wordt afgelegd en is voldaan aan de exameneisen dan wordt een diploma of certificaat verstrekt. Veelal wordt een diploma onvoorwaardelijk gesteld, maar daarvoor is niets bij wet bepaald. Aan een dergelijk waardedocument kunnen ten aanzien van de geldigheidsduur eisen worden gesteld. Zo zijn er diploma’s met een beperkte geldigheidsduur van bijvoorbeeld 10 jaar. Persoonscertificering komt in meerdere varianten voor, conform ISO 17024, maar ook conform privaat gedefinieerde systemen. Persoonscertificering richt zich op het feit dat kandidaten werkzaam zijn in het betreffende werkgebied of bij een daartoe gecertificeerd bedrijf en gedurende de geldigheid van het certificaat aan bepaalde voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op instroomvereisten, het actueel houden en aantoonbaar maken van vereiste kennis, vaardigheden en competenties, het voldoen aan een gedragscode etc. De geldigheidsduur van een persoonscertificaat (veelal tussen twee en vijf jaar) is afhankelijk van de ontwikkelingen/veranderingen in een betreffend vakgebied en worden vastgesteld door de beroeps- of brancheorganisatie of de schema-eigenaren. Maar het kan ook zijn dat de maximale geldigheidsduur wordt bepaald door de ISO norm. Bij de ISO norm 17024 zoals die onder verantwoordelijkheid van de Raad voor Accreditatie wordt bewaakt wordt en die sterk procedureel gericht is, vereist dat certificaathouders na iedere certificatieperiode met een examen opnieuw aantoonbaar maken over de vereiste kennis, vaardigheden en competenties te beschikken.

Waarom wordt bij schoolexamens een norm van 70% geslaagden gehanteerd en is dat bij examens onder toezicht van de Examenkamer niet van toepassing? Bij schoolexamens is het veelal de bedoeling om te bepalen of de kandidaat het aangeboden en behandelde onderwijs begrepen heeft. Bij onafhankelijke examens is het de bedoeling om te zien of een kandidaat beschikt over de voor een beroep vereiste kennis, vaardigheden en competenties. Daarbij is het niet van belang hoeveel uren er besteed zijn aan de studie. Ook is het examen geen meetinstrument voor de kwaliteit van het onderwijs, maar juist een toets van de individuele kandidaat waarbij het functieprofiel het uitgangspunt is. Als er veel kandidaten aan een examen deelnemen die niet over het niveau beschikken dan is die absolute norm dus nodig om de intrinsieke waarde van een diploma te borgen. Dit is in het belang van het bedrijfsleven dat vertrouwen moet kunnen houden in de waarde van het diploma. Dit wordt ook bevestigd met het EQF systeem dat juist uitgaat van de outputresultaten. Vandaar dat het in de optiek van de Examenkamer ook van belang is dat er sprake is van een onafhankelijke examinering.

Veel van de diploma’s onder het toezicht van de Examenkamer worden aangeduid met een MBO of HBO niveau. Is dit hetzelfde als een MBO of HBO diploma? 
Een MBO diploma mag slechts worden afgegeven door een daartoe aangewezen CREBO geregistreerde onderwijsinstelling die onder het toezicht van de Onderwijsinspectie functioneert. Voor het HBO is een CROHO registratie van toepassing en dient de onderwijsinstelling geaccrediteerd te zijn door de NVAO (Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie). Het gaat daarbij om programma’s met een volle kwalificatiebreedte en veelal een duur van vier jaar. In een pakket van bijvoorbeeld een MBO opleiding zitten dan alle mogelijke vakken van marketing, sales, inkoop, communicatie, maar ook talen zoals Nederlands en Engels e.d. Veel van de examens onder het toezicht van de Examenkamer zijn door beroeps- of brancheorganisaties ontwikkeld of worden daardoor ondersteund en zijn zogenaamde “smalle kwalificaties” die zich richten op een domein zoals bijvoorbeeld inkoop (NEVI) of marketing (NIMA). In dergelijke examens wordt het specifieke vak en hetgeen daarmee samenhangt voor een specifieke inkoop- of marketingfunctie getoetst. De betreffende diploma’s zijn op MBO of HBO niveau, maar zijn conform de wetgeving geen formele MBO of HBO diploma’s. 
Nu zijn er meerdere ROC’s of HO instellingen die aan dergelijke branchediploma’s creditpoints toekennen en daarmee voor studieonderdelen vrijstelling geven. Het is echter aan de onderwijsinstelling om hier beleid op te hebben of keuzes in te maken. Bij de meeste onderwijsinstellingen zijn de branche-examens en dus ook de branchediploma’s bekend. 

ooc